Lied van de Smul
Lied van de Smul
Brugge roemt zijn oude kunste, Gent is t' rijk der schoonste bloem,
maar Sint-Kruis daar staat hoog boven met zijn ouden smullersroem.
Appeltaarten, okkernoten, koekebrood met hesp en bier!
Heel de streke lekt zijn lippe bij dat kolossaal plezier.
Zie, nen heere uit het Brugsche kwam naar Sinte-Kruis, ten Smul
en hij at met zulke smake heel 't gebreide buiksken vul....
zeg bazinne, wie bakt die taarten, wel meneere vraagt dat niet!
Te Sinte-Kruis zijn al de meisjes beste bakkers lijk ge ziet!
En dien heere overpeisde 'em en hij zag Marietje staan.
Bakkerinnetje willen we samen als een paar door 't leven gaan?
Wel van eigen zei dat meisje, ge zijt ne slimme snul.
'k Kan 't geloven zei dien heere. 'k Hou toch zoveel van de Smul.
Maar in noten zit er olie en die hespe is slekke vet
En die taarten... 't heeft er velen zo pressé op 't gemak gezet.
Daarom liever dan die pillen en nog ander dokterskul,
komt alhier om te purgeeren, naar Sinte-Kruis an naar den Smul!






